ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2335
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek nieuwe voorwaardelijke machtiging op grond van Wet Bopz
De rechtbank Den Haag behandelde het verzoek van de officier van justitie tot verlening van een nieuwe voorwaardelijke machtiging op grond van de Wet Bopz. Betrokkene had eerder een voorwaardelijke machtiging gekregen die tot 25 april 2013 geldig was. De rechtbank stelde vast dat betrokkene een stoornis van de geestvermogens heeft die gevaar veroorzaakt voor zichzelf en anderen.
Uit de medische verklaringen en het verhoor bleek dat het gevaar zich voordoet, maar dat het niet voldoende is aangetoond dat dit gevaar alleen door een voorwaardelijke machtiging kan worden afgewend. Betrokkene is sinds 1 oktober 2011 onder voorwaarden met ontslag uit een psychiatrische inrichting en houdt zich sindsdien goed aan de afspraken.
De overgang van depotmedicatie naar orale medicatie is goed verlopen en betrokkene erkent het belang van medicatie-inname. De sociaal-psychiatrisch verpleegkundige gaf aan dat de ondersteuning ook vrijwillig kan worden geboden. Daarom concludeerde de rechtbank dat het gevaar buiten een psychiatrisch ziekenhuis en zonder voorwaardelijke machtiging kan worden afgewend en wees het verzoek af.
Uitkomst: Het verzoek tot verlening van een nieuwe voorwaardelijke machtiging wordt afgewezen.