ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2418
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongewenstverklaring en bewaring vreemdeling gegrond verklaard ondanks verweer
De vreemdeling, met Poolse nationaliteit, werd op 15 april 2013 in bewaring gesteld na een ongewenstverklaring van 28 maart 2013, wegens ernstige strafbare feiten en het niet naleven van vertrekplicht. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen deze vrijheidsontnemende maatregel.
De rechtbank overweegt dat de vreemdeling geen inspanningen heeft verricht om Nederland te verlaten tijdens zijn strafrechtelijke detentie, ondanks de verkorte vertrektermijn. De ongewenstverklaring, gecombineerd met het ontbreken van een vaste woon- of verblijfplaats en middelen van bestaan, rechtvaardigt de bewaring. Het verweer dat sprake zou zijn van strijd met het vertrouwensbeginsel faalt wegens gebrek aan onderbouwing.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie dat de grond van ongewenstverklaring aan de bewaring ten grondslag mag worden gelegd. Klachten over de wijze van tenuitvoerlegging vallen buiten het toetsingskader van het beroep. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de bewaring van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.