ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2521
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen besluit niet-uitzending wegens ontbreken security clearance
Verzoeker heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van 23 april 2013 waarbij hij niet werd uitgezonden voor een missie vanwege het ontbreken van een noodzakelijke security clearance. Deze weigering is gebaseerd op een lopende strafrechtelijke vervolging wegens vernieling, wat kan leiden tot intrekking van de verklaring van geen bezwaar (VGB).
De voorzieningenrechter overweegt dat het besluit een voorlopig karakter heeft en niet bindend is voor de bodemprocedure. De weigering van de security clearance is gebaseerd op een aangescherpte procedure waarbij de Militaire Inlichtingen en Veiligheidsdienst (MIVD) een onderzoek doet naar justitiële antecedenten. Zonder een door de MIVD afgegeven fiat mag geen personeel worden uitgezonden.
Verzoeker stelt dat hij onterecht wordt benadeeld en dat verweerder had moeten toetsen of een veroordeling waarschijnlijk is en of die tot intrekking van de VGB leidt. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat verweerder geen discretionaire bevoegdheid heeft en niet verplicht is een dergelijke beoordeling te maken zolang de strafrechtelijke procedure loopt.
Ook het beroep op de hoorplicht wordt verworpen omdat dit in de bezwaarprocedure kan worden hersteld en verzoeker niet in zijn belangen is geschaad. Gezien het voorgaande bestaat geen grond voor het treffen van een voorlopige voorziening en wordt het verzoek afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tegen het besluit om verzoeker niet uit te zenden wegens ontbreken van een security clearance wordt afgewezen.