ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2528
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag terecht op nihil gesteld wegens mede-bewoners en indirecte invloed op huurprijs
Eiseres vorderde huurtoeslag over 2007, maar de Belastingdienst stelde deze op nihil vanwege het hoge gezamenlijke toetsingsinkomen van eiseres en medebewoners die op hetzelfde adres stonden ingeschreven. De rechtbank bevestigt dat op grond van de Awir en Wht de personen die op hetzelfde adres staan ingeschreven als medebewoners moeten worden beschouwd, tenzij eiseres kan aantonen dat sprake is van zelfstandige woonruimten en dat deze personen niet tot haar huishouden behoren.
Eiseres slaagde er niet in bewijs te leveren dat de overige bewoners zelfstandige woonruimten bewoonden of niet tot haar huishouden behoorden. Daarnaast stelde de Belastingdienst dat eiseres of haar toeslagpartner indirect invloed kon uitoefenen op de huurprijs omdat de toeslagpartner aandeelhouder was van de verhuurdersrechtspersoon, wat strijdig is met de bedoeling van de wet.
De rechtbank oordeelde dat de Belastingdienst terecht uitging van de GBA-inschrijvingen en de huurtoeslag op nihil stelde. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de huurtoeslag 2007 terecht op nihil is gesteld.