ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2623
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.J. Ebbeling
- T. van Rij
- K.M. Braun
- Rechtspraak.nl
Geschil over naheffingsaanslag BPM, heffingsrente en proceskostenvergoeding
Eiser heeft in januari 2012 BPM betaald en bezwaar gemaakt tegen de hoogte van de aanslag. Verweerder heeft het bezwaar deels gegrond verklaard en de aanslag verlaagd van € 5.887 naar € 5.124, zonder heffingsrente te vergoeden. Eiser vordert daarnaast vergoeding van heffingsrente vanaf de datum van betaling en een hogere proceskostenvergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het beroep niet-ontvankelijk is voor zover het ziet op de belastingvordering, omdat verweerder deze reeds heeft aangepast conform het arrest van de Hoge Raad. Het beroep tegen de heffingsrente is ontvankelijk, maar ongegrond, omdat de wettelijke regeling bepaalt dat rente pas vanaf 1 april 2013 verschuldigd is en verweerder terecht geen rente vergoedt.
Ten aanzien van de kostenvergoeding stelt de rechtbank vast dat verweerder terecht een beperkte vergoeding toekent vanwege samenhangende bezwaarschriften, en dat eiser geen recht heeft op vergoeding van werkelijke kosten omdat verweerder niet onrechtmatig heeft gehandeld. Het beroep wordt daarom voor het overige ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard voor de belastingvordering en ongegrond voor de heffingsrente en kostenvergoeding.