ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2639
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot teruggeleiding van minderjarige kinderen naar Egypte wegens weigeringsgronden
De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader tot teruggeleiding van drie minderjarige kinderen naar Egypte, waarbij de moeder zich verzette. De kinderen hadden hun gewone verblijfplaats in Egypte vóór hun overbrenging naar Nederland in september 2012. De vader oefende het gezag uit over de kinderen volgens Egyptisch recht, hetgeen niet werd betwist.
De rechtbank oordeelde dat de overbrenging naar Nederland ongeoorloofd was omdat de vader geen toestemming had gegeven voor de overbrenging. De oudste minderjarige, bijna 16 jaar, werd in raadkamer gehoord en gaf aan niet terug te willen keren naar Egypte vanwege onveiligheid en beperkte ontwikkelingsmogelijkheden. De rechtbank hield rekening met haar mening en wees haar teruggeleiding af.
Voor de twee jongste minderjarigen, beiden één jaar oud, oordeelde de rechtbank dat terugkeer naar Egypte zou leiden tot een ondragelijke situatie omdat zij gescheiden zouden worden van hun moeder en zus. De moeder kan niet permanent in Egypte verblijven na een echtscheiding vanwege haar nationaliteit, en de vader woont feitelijk in Nederland. Daarom werd ook hun teruggeleiding afgewezen.
De rechtbank besloot dat iedere partij de eigen proceskosten draagt en wees het verzoek van de vader tot teruggeleiding van alle drie de minderjarigen af.
Uitkomst: Het verzoek tot teruggeleiding van de drie minderjarige kinderen naar Egypte wordt afgewezen.