ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2641
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning asiel na ongeloofwaardig asielrelaas en eerdere nareisprocedure
Verzoeker, een Somalische nationaliteit bezittende persoon, diende op 9 april 2013 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Deze aanvraag werd op 17 april 2013 afgewezen door verweerder vanwege een gebrek aan geloofwaardigheid van het asielrelaas, onder meer door tegenstrijdigheden over het verlies van het paspoort en het feit dat verzoeker terugkeerde naar Mogadishu ondanks bedreigingen door Al Shabaab.
Verzoeker betoogde dat hij onder druk was gezet door Al Shabaab en dat zijn terugkeer naar een relatief veilige wijk in Mogadishu plaatsvond. Ook stelde hij dat het eerdere nareisbesluit niet op nieuwe feiten was gebaseerd en dat het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens geen novum vormde.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van reisdocumenten aan verzoeker kon worden toegerekend en dat verweerder terecht het asielrelaas ongeloofwaardig vond. Tevens werd vastgesteld dat de eerdere nareisprocedure bindend was en dat verzoeker geen nieuwe feiten had aangevoerd. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de verblijfsvergunning asiel wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.