ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2677
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot verwijdering van gedetineerde van GVM-lijst wegens maatschappelijk risico
Eiser is veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf wegens poging tot medeplegen van moord en is geplaatst op de lijst van gedetineerden met een vlucht-/maatschappelijk risico (GVM-lijst) met de kwalificatie 'hoog'. Deze plaatsing leidde tot toezichtmaatregelen in de penitentiaire inrichting. Eiser vordert in kort geding verwijdering van deze lijst en daarmee het opheffen van de toezichtmaatregelen.
De Staat voert aan dat verwijdering van de lijst stapsgewijs plaatsvindt en dat een gedetineerde niet direct van 'hoog' naar verwijdering kan gaan, maar eerst naar 'verhoogd'. Dit beleid is niet onredelijk en wordt door de voorzieningenrechter bevestigd. De rechtbank oordeelt dat de plaatsing op de GVM-lijst gerechtvaardigd is vanwege het maatschappelijk risico, onder meer door mediagevoeligheid en voortgezet crimineel handelen vanuit detentie.
Eiser betwist de verwijten, stelt dat zijn escortbedrijf is gesloten, dat hij geen contact meer onderhoudt en dat het inspreken van de voicemail niet strafbaar is. De rechtbank acht echter de aanwijzingen van de Staat voldoende om de plaatsing te rechtvaardigen. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot verwijdering van eiser van de GVM-lijst af en bevestigt het beleid van stapsgewijze verlaging van het risicoprofiel.