ECLI:NL:RBDHA:2013:CA2966
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Huisarts moet maatschap en praktijkruimte verlaten wegens beëindigde samenwerking
Een groep huisartsen en een fysiotherapeut waren sinds 2007 verbonden in een maatschap met een samenwerkingsovereenkomst gericht op collegiale samenwerking. Eén huisarts (gedaagde) kreeg in 2010 te maken met een alcoholprobleem, waarvoor hij tijdelijk zijn werkzaamheden staakte en behandeling onderging. In oktober 2012 veroorzaakte hij aanzienlijke schade aan het gezondheidscentrum en verscheen hij onder invloed van alcohol op het werk, wat leidde tot ernstige vertrouwensproblemen.
De overige maatschapsleden zegden de samenwerking op 29 oktober 2012 op wegens het ontbreken van vertrouwen dat de huisarts zijn praktijk onder controle zou krijgen. De Inspectie voor de Gezondheidszorg concludeerde dat de patiëntveiligheid op dat moment niet werd bedreigd, maar zag wel potentiële risico's. De huisarts weigerde echter zijn praktijkruimte te verlaten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de samenwerkingsovereenkomst met onmiddellijke ingang kon worden beëindigd wegens dringende redenen, waaronder het wegvallen van een vruchtbare samenwerking. De huisarts werd veroordeeld om per 1 oktober 2013 de maatschap te verlaten, de praktijkruimte te ontruimen en de huurovereenkomst op te zeggen, onder dreiging van een dwangsom van €1.000 per dag. De rechter stelde dat de huisarts zijn praktijk elders kan voortzetten gezien zijn eigen patiëntenbestand.
Uitkomst: De huisarts moet per 1 oktober 2013 de maatschap en praktijkruimte verlaten onder dreiging van een dwangsom.