ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3033
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken redelijk vooruitzicht op verwijdering naar Marokko
Eiser is sinds 12 september 2012 in bewaring gesteld op grond van de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van de bewaring en tegen het verlengingsbesluit. De kern van het geschil is of er een redelijk vooruitzicht op verwijdering bestaat naar Marokko, waar eiser vandaan komt.
De rechtbank stelt vast dat sinds 2008 verschillende laissez-passer (lp)-verzoeken aan de Marokkaanse autoriteiten zijn verzonden, maar dat deze verzoeken niet zijn ingetrokken en dat de gegevens niet wezenlijk zijn gewijzigd. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat er nog een reactie van Marokko te verwachten is. Ook het verlengingsbesluit steunt niet op een lopend lp-verzoek dat nog in behandeling is.
Gezien het ontbreken van redelijk uitzicht op verwijdering en het feit dat eiser onvoldoende medewerking heeft verleend, oordeelt de rechtbank dat de bewaring niet langer rechtmatig is. De bewaring wordt opgeheven en eiser krijgt een schadevergoeding van € 4880,- toegekend voor de periode vanaf het beroep op 7 maart 2013. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De bewaring wordt opgeheven wegens ontbreken van redelijk vooruitzicht op verwijdering en eiser krijgt een schadevergoeding van € 4880,- toegekend.