ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3087
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing schorsing tenuitvoerlegging gevangenisstraf in afwachting gratieverzoek
De eiser is veroordeeld tot een gevangenisstraf na een drugsgerelateerd delict, waarbij het hoger beroep en cassatie zijn doorlopen. Na zijn aanhouding in maart 2013 verzocht hij om schorsing van de tenuitvoerlegging van zijn straf in afwachting van een gratiebeslissing. Hij stelde dat de detentie disproportioneel was vanwege het lange tijdsverloop sinds het onherroepelijke arrest en de impact op zijn werkgever vanwege zijn specialistische werkzaamheden.
De rechtbank stelde vast dat het wettelijke stelsel voorschrijft dat een onherroepelijke veroordeling moet worden uitgevoerd, tenzij uitzonderingen van toepassing zijn. De minister kan schorsing verlenen, maar alleen bij bijzondere omstandigheden zoals een levensbedreigende ziekte, zoals vastgelegd in een beleidscirculaire. De eiser erkende dat hij niet onder deze uitzonderingen valt.
De rechtbank oordeelde dat de door eiser aangevoerde omstandigheden, waaronder de financiële nadelen voor zijn werkgever en het arbeidsverleden van eiser, niet gelijkgesteld kunnen worden aan de in de circulaire genoemde uitzonderingen. Ook werd erkend dat detentie doorgaans gevolgen heeft voor de sociale omgeving van de gedetineerde.
Daarom werd onvoldoende aannemelijk gemaakt dat het gratieverzoek hoogstwaarschijnlijk zal worden toegewezen, zodat de vordering tot schorsing werd afgewezen. De eiser werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf wordt afgewezen.