ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3214

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 juni 2013
Publicatiedatum
22 juni 2013
Zaaknummer
C-09-432893 - HA ZA 12-1436
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:952 BWArt. 6:119 BW
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering autoverzekering wegens roekeloosheid door niet afsluiten schuifpui

Eiser had een autoverzekering met volledige casco-dekking afgesloten voor zijn auto met een verzekerde dagwaarde van €36.605,00. In de nacht van 19 oktober 2009 werden de autosleutels en andere inboedel gestolen uit zijn woning via een defecte schuifpui die wel dichtgeschoven maar niet op slot was gedaan. De auto, geparkeerd voor de woning, werd vervolgens gestolen.

De verzekeraar Unigarant weigerde dekking op grond van artikel 7:952 BW Pro omdat eiser roekeloos had gehandeld door de schuifpui niet op slot te doen. De rechtbank oordeelde dat roekeloosheid gelijkstaat aan grove schuld en dat eiser zich bewust had moeten zijn van de aanmerkelijke kans op schade door het niet afsluiten van de schuifpui. Ondanks dat de schuifpui moeilijk op slot kon, was het wel mogelijk en had eiser maatregelen moeten treffen.

De rechtbank stelde vast dat het niet afsluiten van de schuifpui in belangrijke mate heeft bijgedragen aan de diefstal van de auto. Daarom is de verzekeraar niet verplicht de schade te vergoeden. De vordering van eiser werd afgewezen en hij werd veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: De vordering van eiser wordt afgewezen wegens roekeloosheid door niet afsluiten van de schuifpui, waardoor de verzekeraar niet tot schadevergoeding is gehouden.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK DEN HAAG
Team handel
zaaknummer / rolnummer: C/09/432893 / HA ZA 12-1436
Vonnis van 12 juni 2013
in de zaak van
[eiser],
wonende te [woonplaats],
eiser,
advocaat mr. J.L. Oudshoorn te Rijswijk,
tegen
de naamloze vennootschap
UNIGARANT N.V.,
gevestigd te Hoogeveen,
gedaagde,
advocaat mr. B.E. Jager te Hoogeveen.
Partijen zullen hierna [eiser] en Unigarant genoemd worden.
1. De procedure
1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de inleidende dagvaarding van 30 november 2012, met producties,
- de conclusie van antwoord, met producties,
- het tussenvonnis van 27 februari 2013, waarin een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 4 juni 2013.
1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.
2. De feiten
2.1. [eiser] heeft met ingang van 13 januari 2009 voor zijn auto bij Unigarant een autoverzekering met een volledige casco-dekking afgesloten met een verzekerde dagwaarde van € 36.605,00.
2.2. In de nacht van 19 oktober 2009 is de auto, die voor de woning van [eiser] stond, gestolen. In die nacht zijn uit de woning van [eiser] diverse inboedelzaken gestolen en ook de sleutels van de auto. De dader is vermoedelijk het huis van [eiser] ingeslopen door de schuifpui aan de achterzijde van de woning te openen. Die schuifpui was dichtgeschoven, maar niet afgesloten.
2.3. Het hout van de schuifpui was verrot en daardoor was de schuifpui verzakt. Als gevolg daarvan kon de schuifpui alleen op slot als de pui door 2 personen werd opgetild en dan op slot werd gedaan. [eiser] had twee weken voor de diefstal bemerkt dat de schuifpui niet meer op slot kon en naar aanleiding daarvan een aannemer ingeschakeld die het probleem zou verhelpen. De aannemer zou nog vóór de diefstal komen, maar heeft die afspraak afgezegd.
2.4. Op de avond van de diefstal is [eiser] eerder naar bed gegaan dan zijn echtgenote. Zijn echtgenote heeft de schuifpui dichtgeschoven, maar niet op slot gedaan. [eiser] heeft bij de politie verklaard dat hij vervolgens om 1.30 uur naar beneden is gegaan en dat hij toen constateerde dat de schuifpui openstond en dat hij die heeft dichtgeschoven, maar niet op slot heeft gedaan.
2.5. [eiser] heeft aanspraak gemaakt op uitkering onder de autoverzekering en Unigarant heeft dekking geweigerd.
3. Het geschil
3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van Unigarant tot betaling van € 37.000,00, vermeerderd met rente en kosten.
3.2. Unigarant voert verweer.
3.3. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
4. De beoordeling
4.1. Unigarant heeft ter zitting haar verjaringsverweer en haar verweren tegen de stelling van [eiser] dat de verzekeringsvoorwaarden niet van toepassing zijn op de verzekeringsovereenkomst en, wanneer zulks wel het geval is, dat de voorwaarden vernietigbaar zijn wegens niet terhandstelling, ingetrokken. Daarmee is het geschil tussen partijen beperkt tot de vraag of Unigarant gehouden is om dekking te verlenen onder de verzekeringsovereenkomst, uitgaande van het aan [eiser] verstrekte polisblad en de wettelijke bepalingen van het verzekeringsrecht. Unigarant stelt zich op het standpunt dat [eiser] roekeloos heeft gehandeld in de zin van artikel 7:952 BW Pro door de schuifpui van zijn woning niet op slot te doen, ten gevolge waarvan de autosleutels gesloten zijn en de auto is gestolen.
4.2. De term roekeloosheid in artikel 7:952 BW Pro bedoelt hetzelfde uit te drukken als het door de Hoge Raad geformuleerde begrip grove schuld, te weten een in laakbaarheid aan opzet grenzende vorm van schuld. De regeling ziet zowel op bewuste als onbewuste roekeloosheid. Bij onbewuste roekeloosheid is de verzekerde zich niet bewust geweest van de aanmerkelijke kans op schade die het gevolg van zijn handeling kan zijn, maar had hij zich hier wel bewust van behoren te zijn.
4.3. Naar het oordeel van de rechtbank heeft [eiser] op zijn minst onbewust roekeloos gehandeld als bedoeld in artikel 7:952 BW Pro door de schuifpui van zijn woning niet op slot te doen en enkel dicht te schuiven. [eiser] had zich er van bewust behoren te zijn dat door het niet op slot doen van de schuifpui, er een aanmerkelijke kans was dat dieven eenvoudig de woning konden betreden en de autosleutels, die zichtbaar op de bar van de keuken van de woning lagen, konden meenemen. Dat klemt te meer nu vaststaat (zie r.o. 2.3.) dat de schuifpui, zij het met enige moeite, wel af te sluiten was. Dat [eiser] heeft gedacht dat het zo’n vaart niet zou lopen en dat – zoals [eiser] heeft gesteld en Unigarant heeft bestreden – de woning niet in een inbraakgevoelige buurt lag, doet aan het voorgaande niet af.
4.4. Nu het niet op slot doen van de schuifpui in zeer belangrijke mate heeft bijgedragen aan de diefstal van de auto, hoeft Unigarant krachtens artikel 7:952 BW Pro de door [eiser] ten gevolge van de diefstal van de auto geleden schade niet te vergoeden. De vordering van [eiser] wordt dan ook afgewezen.
4.5. [eiser] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van Unigarant worden begroot op:
- griffierecht 1.789,00
- salaris advocaat 1.158,00 (2,0 punten × tarief € 579,00)
Totaal € 2.947,00
5. De beslissing
De rechtbank
5.1. wijst de vorderingen af,
5.2. veroordeelt [eiser] in de proceskosten, aan de zijde van Unigarant tot op heden begroot op € 2.947,00,
5.3. veroordeelt [eiser] in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 131,00 aan salaris advocaat, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan het vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 68,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak, en te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over de nakosten met ingang van zeven dagen na heden tot aan de voldoening,
5.4. verklaart dit vonnis wat betreft de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. J.L.M. Luiten en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2013.?