ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3409
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Vordering tot betaling pensioenverevening bij buitenlands ESA-pensioen na scheiding
Partijen zijn gehuwd in gemeenschap van goederen en gescheiden van tafel en bed. De man ontvangt een invaliditeitspensioen van ESA in Frankrijk, dat na zijn 65e levensjaar is omgezet in een ouderdomspensioen. De vrouw vordert betaling van haar deel van het pensioen, dat volgens de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding (Wvp) de helft bedraagt.
De man betwist dat hij reeds tot betaling gehouden is omdat de meldplicht ex artikel 2 lid 2 Wvp Pro nog niet is nageleefd en de omvang van het pensioendeel nog niet definitief is vastgesteld. De rechtbank oordeelt dat de meldplicht niet geldt bij een recht op uitbetaling jegens de andere echtgenoot en dat het pensioenbedrag van € 3.160,15 als uitgangspunt geldt. De vrouw heeft recht op de helft daarvan.
De rechtbank wijst de vorderingen van de vrouw toe en veroordeelt de man tot betaling van € 21.452,28 aan achterstallige termijnen met wettelijke rente en tot maandelijkse betaling van € 1.580,08. De man wordt tevens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling van achterstallige pensioenvereveningstermijnen en maandelijkse voorschotten aan de vrouw.