ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3416
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering heraanbesteding plaagdiermanagement Rijkswaterstaat wegens voldoende transparantie en motivering
Rentokil vorderde in kort geding dat de Staat zou worden verboden de opdracht voor plaagdiermanagement definitief te gunnen en dat de aanbestedingsprocedure zou worden heropend of herhaald. Rentokil stelde dat het bestek onduidelijk was en dat de beoordeling van haar inschrijving ondeugdelijk was, onder meer omdat zij als zittende leverancier geen implementatiefase hoefde te doorlopen en haar bijzondere expertise onvoldoende was meegewogen.
De rechtbank oordeelde dat het bestek, bestaande uit het Beschrijvend Document en het Toetsplan, voldoende duidelijk en eenduidig was opgesteld, zodat een normaal oplettende inschrijver de criteria en beoordelingswijze kon begrijpen. De vermeende tegenstrijdigheden over het begrip 'ontzorging' en de mate van betrokkenheid van Rijkswaterstaat waren niet zodanig dat heraanbesteding gerechtvaardigd was.
Voorts was de motivering van de gunningsbeslissing, mede door de brief van 8 maart 2013, voldoende om Rentokil in staat te stellen de beoordeling te toetsen. De rechtbank wees het bezwaar af dat eerdere goede prestaties van Rentokil niet waren meegewogen, omdat elke aanbesteding op zichzelf wordt beoordeeld. Ook de kritiek op de wijze van beoordeling van de implementatie en relatie-inrichting werd verworpen, waarbij de rechtbank benadrukte dat de beoordelingscommissie een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat Rentokil onvoldoende concreet had ingespeeld op de nieuwe contractvorm.
De rechtbank veroordeelde Rentokil in de proceskosten en wees de vorderingen af, waarmee de voorlopige gunning aan een andere inschrijver in stand bleef.
Uitkomst: De vorderingen van Rentokil tot heraanbesteding en herbeoordeling worden afgewezen; de voorlopige gunning blijft in stand.