ECLI:NL:RBDHA:2013:CA3529
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J. van der Windt
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vraag over kwalificatie telefoonabonnementen als consumentenkrediet of koop op afbetaling
De zaak betreft een geschil tussen Lindorff Purchase B.V. en een consument die meerdere telefoonabonnementen met bijbehorende mobiele telefoons heeft afgesloten. De consument betwist de vordering tot betaling van openstaande abonnementskosten en stelt dat de overeenkomsten onder de Wet Consumentenkrediet (Wck) of als koop op afbetaling moeten worden gekwalificeerd. De rechtbank constateert dat er onduidelijkheid bestaat over de vraag of de abonnementen kredietovereenkomsten zijn, mede doordat niet inzichtelijk is welk bedrag voor de telefoons in de maandelijkse termijnen is verwerkt.
Lindorff Purchase stelt dat er geen sprake is van kredietverlening of koop op afbetaling, aangezien de abonnementen primair toegang tot het mobiele netwerk bieden en de telefoons slechts ter beschikking worden gesteld zonder rente of kosten. De consument betoogt dat er wel degelijk sprake is van kredietvergoeding en dat de Wck van toepassing is, mede gezien de omvang van soortgelijke zaken die spelen.
De rechtbank erkent het belang van rechtszekerheid en het voorkomen van talloze gelijksoortige procedures. Daarom besluit zij de prejudiciële vraag aan de Hoge Raad voor te leggen of de telefoonabonnementen met gratis telefoons kwalificeren als consumentenkrediet volgens de Wck of titel 2A van Boek 7 BW, dan wel als koop op afbetaling volgens artikel 7A:1576 BW. De verdere beslissing wordt aangehouden in afwachting van het oordeel van de Hoge Raad.
Uitkomst: De rechtbank stelt prejudiciële vraag aan de Hoge Raad en houdt verdere beslissing aan.