ECLI:NL:RBDHA:2014:10098
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid van prematuur beroep tegen voortduren bewaring
Eiser heeft op 11 april 2014 een beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn bewaring, terwijl een eerder beroep van 5 april 2014 nog in behandeling was. De rechtbank constateert dat het nieuwe beroep prematuur is en dat de gemachtigde dit ook erkende, maar het beroep niet introk ondanks daartoe gelegenheid.
De rechtbank heeft daardoor onnodig het prematuur ingediende beroep moeten beoordelen. Hoewel een soortgelijke situatie eerder met dezelfde gemachtigde is voorgekomen, ziet de rechtbank thans geen aanleiding om proceskosten toe te wijzen wegens kennelijk onredelijk gebruik van procesrecht, maar waarschuwt voor toekomstige situaties.
Op grond van artikel 96, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000 kan een vervolgberoep alleen worden ingediend als een eerder beroep ongegrond is verklaard. Omdat dat niet het geval was, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk en wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de bewaring wordt niet-ontvankelijk verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.