ECLI:NL:RBDHA:2014:10171
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Gegrondverklaring beroep wegens schending inspanningsverplichting bij bewaring vreemdeling
Eiser, van Marokkaanse nationaliteit, werd op 22 april 2014 in bewaring gesteld na een strafrechtelijke detentie wegens een misdrijf. Hij stelde beroep in tegen de vrijheidsontnemende maatregel en vorderde tevens schadevergoeding. De rechtbank oordeelde dat verweerder zijn inspanningsverplichting had geschonden door geen uitzettingshandelingen te verrichten tijdens de strafrechtelijke detentie van eiser.
Verweerder voerde aan dat de maatregel gerechtvaardigd was vanwege risico's voor de openbare orde, waaronder het niet voldoen aan meldplicht en het niet kunnen vaststellen van identiteit. De rechtbank verwierp deze gronden, onder meer omdat eiser met een geldige Spaanse verblijfsvergunning Nederland was binnengekomen en zich niet had kunnen melden tijdens detentie.
De rechtbank concludeerde dat de belangenafweging in het voordeel van eiser uitviel, omdat de met bewaring gediende belangen niet in redelijke verhouding stonden tot het gebrek. Daarom werd het beroep gegrond verklaard, de bewaring onmiddellijk opgeheven en een schadevergoeding van €1305 toegekend. Tevens werden proceskosten van €974 aan eiser toegewezen.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, bewaring wordt onmiddellijk opgeheven en schadevergoeding toegekend.