Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[eiseres],
beiden van onbekende nationaliteit,
gezamenlijk te noemen eisers,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
mr. M.M. van Duren, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 juli 2014.
Rechtbank Den Haag
Eisers, een moeder en haar minderjarige zoon, vroegen een verblijfsvergunning aan op grond van de overgangsregeling langdurig verblijvende kinderen (kinderpardon). De staatssecretaris wees deze aanvragen af omdat eisers zich langer dan drie maanden aan toezicht hadden onttrokken en omdat zij al in het bezit waren van tijdelijke verblijfsvergunningen die niet tot de uitzonderingscategorie behoorden.
De rechtbank oordeelt dat eisers procesbelang hebben omdat de verleende vergunningen inmiddels zijn verlopen. Verder stelt de rechtbank vast dat het toezicht op de minderjarige door Bureau Jeugdzorg werd uitgevoerd in plaats van door Nidos, wat een relevante bijzondere omstandigheid vormt die niet in het beleid is meegenomen. Ook is onvoldoende gemotiveerd waarom niet van het beleid is afgeweken met toepassing van artikel 4:84 Awb Pro.
Daarnaast oordeelt de rechtbank dat de tijdelijke verblijfsvergunningen van eisers niet als contra-indicatie mogen gelden omdat deze vergunningen tijdelijk zijn en specifiek betrekking hebben op jongeren. De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de staatssecretaris op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen. Tevens worden proceskosten en griffierecht aan eisers toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en de staatssecretaris wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.