ECLI:NL:RBDHA:2014:10176
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Beoordeling vrijheidsontnemende maatregel vreemdeling zonder risico op ontduiking uitzetting
Eiser, een vreemdeling van Burundese nationaliteit, is op 24 april 2014 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze vrijheidsontnemende maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank hield op 7 mei 2014 een openbare zitting waarin eiser werd bijgestaan door zijn gemachtigde en een tolk aanwezig was.
Eiser voerde aan dat hij geen risico vormt om zich aan de uitzetting te onttrekken, aangezien hij bekend is bij de politie, zes dagen per week zichtbaar is voor de HEMA en wordt begeleid door Stem in de Stad, waar hij ook verblijft. De rechtbank volgt dit standpunt en acht het ontbreken van ontduikingsrisico bewezen. Echter, eiser heeft sinds februari 2012 en het laatste gesprek met DT&V in juni 2013 geen zelfstandige stappen ondernomen om zijn terugkeer te realiseren, ondanks medische omstandigheden die hem tijdelijk belemmerden.
De rechtbank concludeert dat het nalaten van handelingen niet gelijkstaat aan ontwijken of belemmeren, maar dat eiser feitelijk onvoldoende meewerkt aan zijn terugkeer. Het zicht op uitzetting is aanwezig door een gestart laissez-passer traject en de verwachting dat eiser documenten kan verkrijgen via bekenden. De rechtbank acht de vrijheidsontnemende maatregel niet disproportioneel en verklaart het beroep ongegrond. Tevens wijst zij het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om schadevergoeding af.