Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
1.[A],
[B],
Rechtbank Den Haag
Verzoekers, geboren in Ghana, verzochten de rechtbank om vast te stellen dat zij de Nederlandse nationaliteit bezitten op grond van erkenning door een Nederlandse vader tijdens hun minderjarigheid. De rechtbank onderzocht de authenticiteit van geboortedocumenten en de juistheid van de geboortedatum en -plaats.
Uit verificatieonderzoeken bij het vermeende ziekenhuis bleek dat de geboorten niet in de registers konden worden teruggevonden. Ook de overgelegde baby forms en growth charts konden de twijfel niet wegnemen vanwege het ontbreken van officiële stempels en handtekeningen. Daarnaast was er onduidelijkheid over de bezochte scholen en ontbraken bevestigende verklaringen van betrokkenen.
Gezien deze gerede twijfel kon niet worden vastgesteld dat verzoekers tijdens hun minderjarigheid zijn erkend door een Nederlander, waardoor het Nederlanderschap niet kon worden toegekend. De rechtbank wees het verzoek dan ook af.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap wordt afgewezen wegens gerede twijfel over geboortedatum en erkenning.