ECLI:NL:RBDHA:2014:1022
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens termijnoverschrijding ondanks detentie gemachtigde
Eiser maakte bezwaar tegen een aanslag inkomstenbelasting en een boete over het jaar 2008. De aanslag werd deels verminderd, maar eiser diende een beroepschrift in na het verstrijken van de wettelijke termijn. Eiser stelde dat hij niet tijdig op de hoogte was van de uitspraak op bezwaar omdat zijn gemachtigde in detentie was.
De rechtbank oordeelde dat de uitspraak op bezwaar rechtsgeldig aan de gemachtigde was verzonden en dat de beroepstermijn daardoor was gestart. De nadere aangifte van eiser werd te laat ingediend, waardoor het beroep niet-ontvankelijk is. De detentie van de gemachtigde vormde geen verschoonbare reden voor de termijnoverschrijding.
De rechtbank wees het beroep af zonder proceskostenveroordeling en wees op de mogelijkheid tot hoger beroep binnen zes weken.
Uitkomst: Het beroep van eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens overschrijding van de beroepstermijn ondanks detentie van de gemachtigde.