Eiseres heeft tussen december 2010 en februari 2012 BPM betaald over 51 personenauto’s afkomstig uit het buitenland. Zij maakte bezwaar tegen de aanslagen, waarbij verweerder deels gegrond verklaarde en teruggaven verleende. Eiseres vordert een verlaging van de belasting wegens onjuiste toepassing van koerslijsten en onderscheid tussen BTW-auto’s en marge-auto’s, alsmede een schadevergoeding en een hogere rentevergoeding.
De rechtbank oordeelt dat het onderscheid tussen BTW-auto en marge-auto niet leidt tot niet-gelijksoortigheid van voertuigen en dat de waarde van een marge-auto mag worden gehanteerd. Tevens is de wettelijke rentevergoeding op grond van artikel 30f Awr, derde lid, letter d, ten tweede, in strijd met het Unierecht en dient rente te worden vergoed vanaf de datum van betaling tot de teruggaaf. Een schadevergoeding wordt afgewezen omdat proceskosten en rente reeds zijn vergoed en aanvullend schadevergoedingsverzoek niet is gespecificeerd.
De rechtbank stelt de verschuldigde BPM vast op een bedrag verminderd met 9%, draagt verweerder op rente te vergoeden vanaf de datum van betaling, wijst het verzoek om schadevergoeding af en veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres.