Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
AWB 14/6303 (voorlopige voorziening [naam])
AWB 14/6304 (beroep [naam]
AWB 14/6306 (voorlopige voorziening[naam])
[naam],
[naam],
geboren op [geboortedag]1995, eiser en verzoeker (hierna te noemen eiser)
beiden van Ghanese nationaliteit,
gezamenlijk te noemen eisers,
Procesverloop
Overwegingen
26 juli 2012 tot 31 januari 2013 uitgeschreven geweest uit de gemeentelijke basisadministratie (GBA). Referent heeft van 4 december 2007 tot 26 juli 2012 ingeschreven gestaan in de GBA. In januari 2013 zijn eiseres en eiser teruggekeerd naar Nederland. Referent is in Denemarken achtergebleven, samen met de twee kinderen van eiseres en referent. Op 17 juni 2013 heeft eiseres de onderhavige aanvraag om een document ten behoeve van een duurzaam verblijfsrecht als familielid van een burger van de Unie ingediend. Eiser heeft zijn aanvraag op 27 augustus 2013 ingediend.
26 juli 2012 tot 31 januari 2013 uitgeschreven geweest uit de GBA. Bij de bestreden besluiten heeft verweerder overwogen dat – ongeacht of eisers langer dan zes maanden per jaar uit Nederland afwezig zijn geweest – zij sinds hun terugkeer in Nederland geen verblijfsrecht meer hebben opgebouwd, omdat referent niet samen met eisers naar Nederland is teruggekeerd. Op 31 januari 2013 verbleven eisers nog geen vijf jaar ononderbroken legaal in Nederland. In de bestreden besluiten is verder overwogen dat het verblijfsrecht van eisers op 31 januari 2013 van rechtswege is geëindigd, omdat zij sindsdien niet meer verblijven bij referent en daarom geen rechten ontlenen aan het gemeenschapsrecht.
“Voor de toepassing van artikel 16, lid 2, van richtlijn 2004/38 dient te worden vastgesteld dat familieleden van de burger van de Unie die niet de nationaliteit van een lidstaat bezitten, hoe dan ook slechts het duurzaam verblijfsrecht kunnen verwerven indien die burger ten eerste zelf aan de voorwaarden van artikel 16, lid 1, van die richtlijn voldoet en, ten tweede, bedoelde familieleden tijdens de betrokken periode bij hem hebben gewoond.”De rechtbank verwijst ook naar het arrest van 16 januari 2014 in de zaak Onuekwere
(C-378/12).