Uitspraak
Rechtbank den haag
Gemeente Leiden,
1.Het procesverloop
2.De feiten in conventie en in reconventie
Bestaande huurovereenkomst
Koopovereenkomst
Verplaatsing woonwagen
Oplevering oude standplaats
Rechtbank Den Haag
De gemeente Leiden vordert dat [A], huurder van een woonwagenstandplaats, zijn oude standplaats uiterlijk 22 juni 2014 leeg en ontruimd oplevert. Dit in verband met een grootschalige herinrichting van de woonwagenlocatie en een vaststellingsovereenkomst waarin afspraken zijn gemaakt over verplaatsing en vergoeding.
[A] heeft de woonwagen nog niet verplaatst en stelt dat de vergoeding die de gemeente wil betalen onvoldoende is om de kosten te dekken. De gemeente erkent dat zij een bedrag verschuldigd is, maar stelt dat het bedrag van € 19.140,-, gebaseerd op een selectieprocedure, correct is. Er is onenigheid over het juiste bedrag van de vergoeding.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeente tekort is geschoten in haar verplichtingen, onder meer door onduidelijkheid in de overeenkomst en het hanteren van een niet bekendgemaakt maximumbedrag. De rechtbank stelt daarom een bedrag van € 25.000,- vast dat de gemeente aan [A] moet betalen. De ontruiming mag pas plaatsvinden nadat de gemeente dit bedrag tijdig heeft voldaan. De gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De gemeente moet € 25.000,- aan [A] betalen voordat ontruiming van de oude standplaats kan plaatsvinden.