ECLI:NL:RBDHA:2014:11203
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Opheffing bewaring wegens ontbreken concreet zicht op uitzetting naar Somalië
Eiser, van Somalische nationaliteit, is op 20 april 2014 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft beroep ingesteld tegen de voortduring van deze vrijheidsontnemende maatregel en vordert opheffing van de bewaring en schadevergoeding.
De rechtbank overweegt dat ondanks toezeggingen van de Somalische autoriteiten en overleg op hoog niveau, er sinds april 2014 geen concrete afspraken of toezeggingen zijn gekomen over medewerking aan gedwongen terugkeer. Het geplande gesprek in september 2014 biedt geen zekerheid dat dit zal veranderen. Ook de enkele gedwongen en vrijwillige uitzettingen van piraten betrekt de rechtbank als incidentele gevallen zonder structureel zicht op uitzetting.
Gezien het ontbreken van concreet zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn acht de rechtbank de voortduring van de bewaring onrechtmatig en beveelt onmiddellijke opheffing. Een schadevergoeding wordt niet toegekend omdat het zicht op uitzetting nu ontbreekt. Verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank beveelt onmiddellijke opheffing van de bewaring wegens ontbreken van concreet zicht op uitzetting naar Somalië.