ECLI:NL:RBDHA:2014:11207
Rechtbank Den Haag
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging schorsing en inhouding bezoldiging PI-medewerker wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft een PI-medewerker die door verweerder, de minister van Veiligheid en Justitie, is ontzegd toegang tot de Penitentiaire Inrichting, geschorst en deels in zijn bezoldiging is ingehouden vanwege verdenking van een strafbaar feit. Eiser maakte bezwaar tegen deze besluiten, waarna de rechtbank in een tussenuitspraak gebreken constateerde in de motivering van de schorsing en inhouding van bezoldiging.
Verweerder heeft met een aanvullende motivering geprobeerd deze gebreken te herstellen, maar de rechtbank oordeelde dat de motivering onvoldoende was en dat verweerder geen eenduidig beleid kon aantonen ten aanzien van vergelijkbare gevallen. De ontzegging van de toegang werd wel als terecht beoordeeld, gezien het belang van orde en voorbeeldfunctie binnen de PI.
De rechtbank vernietigde daarom het bestreden besluit voor zover het de schorsing en inhouding van bezoldiging betreft, verklaarde het bezwaar gegrond en herroept de primaire besluiten die deze maatregelen bevatten. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De schorsing en inhouding van bezoldiging worden vernietigd, de ontzegging van toegang blijft gehandhaafd.