Eiser had beroep ingesteld tegen door de burgemeester van Den Haag opgelegde beperkingen aan een aangekondigde optocht met aansluitende overnachting op het Plein in Den Haag. De beperkingen betroffen onder meer het verbod op het gebruik van slaapzakken en matjes en het verlaten van het Plein tussen 22:00 en 06:00 uur.
De rechtbank overwoog dat het beoogde evenement in het verleden lag en eiser daardoor geen procesbelang had bij een inhoudelijke beoordeling van het besluit. Ook was niet aannemelijk dat zich in de toekomst een soortgelijk geschil tussen partijen zou voordoen en was niet gebleken dat eiser schade had geleden door het besluit.
De rechtbank verklaarde het beroep daarom niet-ontvankelijk, vernietigde het bestreden besluit en stelde dat het bezwaar tegen het primaire besluit niet-ontvankelijk was. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.