Eiseres is betrokken bij het beheer en de handel in onroerende zaken en heeft geen aangifte inkomstenbelasting 2008 ingediend. De Belastingdienst legde een ambtshalve aanslag op van € 800.000 belastbaar inkomen uit werk en woning en € 3.204 uit sparen en beleggen. Na bezwaar werd de aanslag gehandhaafd, waarna eiseres beroep instelde.
Tijdens het onderzoek bleek dat eiseres en haar echtgenoot vermoedelijk gebruik maakten van stromannen en dat administratieve bescheiden waren aangetroffen bij huiszoekingen. De rechtbank oordeelde dat eiseres niet aannemelijk had gemaakt dat zij niet alle stukken had ontvangen en wees het verzoek tot het horen van 31 getuigen af vanwege het late tijdstip en eerdere mogelijkheden.
De rechtbank stelde vast dat eiseres de aangifte niet had gedaan, waardoor de bewijslast om de onjuistheid van de aanslag aan te tonen bij haar lag. Dit is niet gelukt. De rechtbank vond de aanslag deels te hoog en deels te laag vastgesteld. De inkomsten uit bemiddeling werden te hoog geschat, waardoor het belastbaar inkomen uit werk en woning werd verminderd tot € 702.945. Het inkomen uit sparen en beleggen werd verhoogd tot € 376.000, waarvan de helft aan eiseres werd toegerekend. De aanslag en heffingsrente werden dienovereenkomstig verminderd.