ECLI:NL:RBDHA:2014:11546
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening tegen uitzetting Somalische asielzoeker wegens risico op spionageverdachtmaking door Al-Shabaab
Verzoeker, een Somalische asielzoeker, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel die door de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) werd afgewezen. Na eerdere afwijzingen en rechtszaken, waarbij het beroep deels werd gegrond verklaard, richtte verzoeker zich op een voorlopige voorziening om uitzetting te voorkomen totdat het beroep is beslist.
De voorzieningenrechter overwoog dat het besluit van 6 augustus 2014 van gelijke strekking is als eerdere afwijzingen, maar dat nieuwe feiten en veranderde omstandigheden, zoals een verscherpte houding van Al-Shabaab tegenover vermeende spionnen en discrepanties tussen het ambtsbericht en het vreemdelingencirculaire, een hernieuwde beoordeling rechtvaardigen.
Verzoeker stelde dat hij als voormalig medewerker van een internationale organisatie en lid van een minderheidsclan in Diinsoor een reëel risico loopt op een met artikel 3 EVRM Pro strijdige behandeling bij terugkeer. De rechter achtte dit voldoende nieuw en relevant om de voorlopige voorziening toe te wijzen, de uitzetting te verbieden en verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verbiedt de uitzetting van verzoeker tot op het beroep is beslist en wijst het verzoek om voorlopige voorziening toe.