ECLI:NL:RBDHA:2014:12235
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing asielaanvraag wegens Dublinclaim Italië
Eiser, een Syrische asielzoeker, diende op 18 juni 2014 een asielaanvraag in in Nederland. Verweerder wees deze af op basis van de Dublinverordening, omdat Italië verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling van de aanvraag. Dit was gebaseerd op het feit dat eiser op 10 juni 2014 via Italië het grondgebied was binnengekomen en een overnameverzoek aan Italië was gedaan.
De Italiaanse autoriteiten reageerden niet binnen de wettelijke termijn, waardoor volgens de verordening een fictief akkoord ontstond. Echter, één dag na dit fictieve akkoord weigerde Italië expliciet de overname, wat verweerder aanvankelijk negeerde. Eiser stelde dat hij onvoldoende gelegenheid had gehad om bezwaar te maken tegen deze Dublinclaim en dat verweerder zich moest vergewissen van de verantwoordelijkheid van Italië.
De rechtbank oordeelde dat eiser voldoende gelegenheid had gehad om bezwaar te maken en dat verweerder in beginsel mocht uitgaan van het fictieve akkoord, tenzij bijzondere omstandigheden zich voordeden. Gezien de expliciete en gemotiveerde weigering van Italië en het ontbreken van een bevestiging van verantwoordelijkheid, achtte de rechtbank deze bijzondere omstandigheden aanwezig.
Daarom vernietigde de rechtbank het bestreden besluit en beval verweerder een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze overwegingen. Tevens werden de proceskosten aan verweerder opgelegd. Het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot afwijzing van de asielaanvraag wordt vernietigd en verweerder dient een nieuw besluit te nemen.