ECLI:NL:RBDHA:2014:12266
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing erkenning afstamming van voor 1795 als adellijk bekend geslacht
Eiser verzocht om erkenning van zijn afstamming van het geslacht [B], dat volgens hem tot de inheemse adel van vóór 1795 behoort. De minister van Binnenlandse Zaken wees dit verzoek af, mede op advies van de Hoge Raad van Adel. Eiser stelde dat hij voldoende bewijs had geleverd van zijn afstamming en dat het besluit onvoldoende was gemotiveerd.
De rechtbank overwoog dat erkenning van adeldom op grond van afstamming alleen mogelijk is indien bewezen wordt dat het geslacht in de periode 1579-1795 in de maatschappij als adellijk bekend stond en dat er continuïteit van adeldom is. De rechtbank constateerde dat eiser niet heeft aangetoond dat zijn voorouders gedurende meer dan een eeuw openlijk de titel baron voerden, en dat er aanwijzingen zijn dat zijn voorouders beroepen uitoefenden die niet wijzen op maatschappij-adel.
Ook het rekest uit 1822 waarin een voorvader als 'Burger Persoon' werd aangeduid, ondersteunt dit oordeel. De rechtbank vond het standpunt van de minister en het advies van de Hoge Raad van Adel goed gemotiveerd en oordeelde dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het verzoek om erkenning van afstamming van een voor 1795 als adellijk bekend geslacht is ongegrond verklaard.