Eiser heeft een aanvraag ingediend voor registratie in het Nederlands register gerechtelijk deskundigen voor het deskundigheidsgebied Forensische Psychiatrie, Psychologie en Orthopedagogiek (FPPO) met betrekking tot Strafrecht Jeugdigen.
Verweerder heeft deze aanvraag afgewezen omdat de door eiser ingediende zaaksrapporten niet voldeden aan de gestelde kwaliteitseisen, met name op het gebied van de onderbouwing van de forensische beschouwing en de relatie tussen stoornis en delict. Eiser voerde onder meer aan dat de procedure onzorgvuldig was en dat een lid van de toetsingsadviescommissie zich had moeten verschonen.
De rechtbank oordeelt dat verweerder beoordelingsvrijheid toekomt en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat sprake was van een belangenconflict bij de commissieleden. De rechtbank stelt vast dat eiser niet voldoet aan de kwaliteitseisen van artikel 12, tweede lid, onderdeel b, van het Besluit register deskundige in strafzaken (Brdis). De procedure is ondanks enkele inconsistenties niet onzorgvuldig in de zin dat eiser in zijn belangen is geschaad.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de aanvraag blijft gehandhaafd. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Kleijn op 3 februari 2014.