ECLI:NL:RBDHA:2014:13003
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking tapstatistieken AIVD wegens nationale veiligheid
Een journalist verzocht de minister van Binnenlandse Zaken om openbaarmaking van het aantal taps van de AIVD over meerdere jaren. De minister weigerde dit op grond van de Wet op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten 2002, met het argument dat openbaarmaking de nationale veiligheid zou kunnen schaden. De journalist stelde dat uit de tapstatistieken geen inzicht in de werkwijze van de AIVD kan worden afgeleid en verwees naar rapporten van de Commissie van Toezicht en voorbeelden uit België en Duitsland.
De rechtbank erkent het belang van transparantie en verwijst naar een ontwikkeling waarbij in de toekomst mogelijk anders met dergelijke verzoeken zal worden omgegaan. Echter, op dit moment oordeelt de rechtbank dat het aantal taps in combinatie met andere openbare informatie wel degelijk inzicht kan geven in de capaciteiten, focus en slagkracht van de AIVD, waardoor de nationale veiligheid in gevaar kan komen.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht de openbaarmaking heeft geweigerd en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de weigering tot openbaarmaking van de tapstatistieken van de AIVD.