ECLI:NL:RBDHA:2014:13077
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering opschorting gevangenisstraf en medische overplaatsing wegens ontbreken acute levensbedreiging
Eiser is onherroepelijk veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf en ondergaat sinds september 2014 de tenuitvoerlegging in een penitentiaire inrichting. Na een blindedarmoperatie op 16 oktober 2014 werd eiser te snel ontslagen en teruggebracht naar de PI, wat volgens eiser en zijn specialisten een levensbedreigende situatie zou veroorzaken.
Eiser vordert in kort geding opschorting van de straf en overplaatsing naar het Academisch Medisch Centrum voor adequate behandeling door zijn eigen specialisten. De Staat bestrijdt deze vorderingen en stelt dat de medische situatie onder controle is en dat passende zorg binnen de PI wordt georganiseerd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de cruciale periode van 48 uur na de operatie is verstreken zonder complicaties. De medische experts bevestigen dat geen acute levensbedreiging meer bestaat. De PI zal zorg en vervoer naar specialisten faciliteren. De vorderingen worden afgewezen en eiser wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen tot opschorting en overplaatsing af wegens ontbreken van een acute levensbedreigende situatie.