ECLI:NL:RBDHA:2014:13096
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning langdurig in Nederland verblijvende kinderen wegens onvoldoende motivering
Eisers, waaronder een autistisch kind en zijn familie, vroegen een verblijfsvergunning op grond van de Overgangsregeling langdurig in Nederland verblijvende kinderen. De staatssecretaris wees de aanvraag af en legde terugkeerbesluiten en inreisverboden op. Eisers stelden dat de afwijzing onvoldoende was gemotiveerd, met name met betrekking tot artikel 8 EVRM Pro en het ongerechtvaardigd onderscheid tussen kinderen met en zonder asielachtergrond.
De rechtbank oordeelde dat de staatssecretaris onvoldoende is ingegaan op de specifieke omstandigheden van eiser, zoals zijn autisme en de verklaring van de school, en dat de belangenafweging niet deugdelijk was gemotiveerd. Ook werd het onderscheid tussen kinderen met en zonder asielachtergrond niet adequaat onderbouwd, waarbij verweerder niet aannemelijk maakte dat er internationaalrechtelijke verplichtingen bestaan ten aanzien van afgewezen asielzoekers.
Verder concludeerde de rechtbank dat de discretionaire bevoegdheid niet was toegepast en dat het besluit in strijd was met artikel 7:12 Awb Pro. De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, bepaalde dat verweerder een nieuw besluit moet nemen, en veroordeelde verweerder tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.