ECLI:NL:RBDHA:2014:13182
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep en verzoek voorlopige voorziening verblijfsvergunning asiel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd en verzocht om een voorlopige voorziening. De advocaat die het verzoekschrift indiende, had echter nooit contact gehad met eiser en was niet door hem gemachtigd.
Tijdens de zitting verschenen noch eiser noch zijn advocaat. Uit onderzoek bleek dat de raad voor rechtsbijstand de zaak aan het advocatenkantoor had toegewezen, maar dat dit niet gelijkstaat aan een machtiging van eiser zelf.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het verzoek en het beroep niet-ontvankelijk zijn omdat er geen geldige volmacht was. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd en het beroep werd direct inhoudelijk niet-ontvankelijk verklaard conform artikel 8:86 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
Uitkomst: Het beroep en het verzoek om voorlopige voorziening worden niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige machtiging.