ECLI:NL:RBDHA:2014:13207
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- B. van Velzen
- E.R. Houweling
- I.S. Vreken-Westra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verblijfsvergunning kinderpardon wegens vertrek EU en onvoldoende verblijf
Eiseres, geboren in Nederland en van Armeense nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning onder de Overgangsregeling (kinderpardon). Deze aanvraag werd afgewezen omdat zij na de eerste asielaanvragen van haar ouders de EU aantoonbaar heeft verlaten en na de nieuwe asielaanvragen van 18 augustus 2009 op 1 februari 2013 nog geen vijf jaar in Nederland verbleef.
De rechtbank overweegt dat het vertrek uit Nederland in 2004 op initiatief van de ouders plaatsvond en dat de Overgangsregeling expliciet onderscheid maakt tussen vreemdelingen die de EU aantoonbaar hebben verlaten en degenen die dat niet hebben gedaan. Dit onderscheid is objectief en redelijk. Het feit dat eiseres in 2009 terugkeerde en daardoor nu geen verblijfsvergunning krijgt, leidt niet tot strijd met het EVRM of het IVRK.
Verder faalt het betoog dat bijzondere omstandigheden op grond van artikel 4:84 Awb Pro of discretionaire bevoegdheid tot verlening van een vergunning zouden leiden tot een andere uitkomst. De rechtbank stelt dat de regeling restrictief is en niet bedoeld om af te wijken van de voorwaarden wegens schrijnende omstandigheden. Ook is geen schending van het recht op hoor en wederhoor vastgesteld.
De beroepen zijn ongegrond verklaard en er is geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de rechtbank Den Haag op 15 juli 2014.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de verblijfsvergunning onder de Overgangsregeling.