ECLI:NL:RBDHA:2014:13355
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Weigering openbaarmaking tapstatistieken AIVD ter bescherming nationale veiligheid
Eiser verzocht om openbaarmaking van tapstatistieken van de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst (AIVD) over meerdere jaren. De minister van Binnenlandse Zaken wees dit verzoek af op grond van artikel 55 Wiv Pro 2002, omdat openbaarmaking de nationale veiligheid zou kunnen schaden. Eiser stelde dat de aantallen taps per jaar geen inzicht geven in de werkwijze van de AIVD en beroept zich op rapporten van de CTIVD en internationale voorbeelden.
De rechtbank erkent het belang van transparantie en controle, maar volgt de minister in het oordeel dat openbaarmaking van de statistieken in combinatie met andere informatie kan leiden tot inzicht in de aard en omvang van de werkzaamheden van de AIVD. Dit kan de effectiviteit van de dienst en daarmee de nationale veiligheid schaden. De rechtbank wijst erop dat de tapstatistieken vertrouwelijk worden gedeeld met de parlementaire commissie.
De rechtbank concludeert dat de weigering tot openbaarmaking terecht is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de weigering tot openbaarmaking van tapstatistieken vanwege nationale veiligheidsbelangen.