ECLI:NL:RBDHA:2014:13362
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit uitzetting wegens schending recht op gezinsleven onder artikel 8 EVRM
Eiser, van Sierra Leoonse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning om zijn gezinsleven in Nederland voort te zetten. Verweerder wees dit af en vaardigde een inreisverbod uit. Eiser stelde dat verweerder ten onrechte aannam dat zijn gezinsleven ontstond tijdens onrechtmatig verblijf en dat er geen objectieve belemmeringen zijn om het gezinsleven in Sierra Leone voort te zetten.
De rechtbank constateerde dat verweerder onvoldoende rekening hield met het feit dat eiser rechtmatig verblijf had tot 2007 en dat de partner van eiser, slachtoffer van mensenhandel met een B9-status, niet zonder meer kon worden geacht terug te keren naar Sierra Leone. Ook werden de belangen van de minderjarige kinderen en de rol van eiser in het gezin onvoldoende betrokken bij de belangenafweging.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het gezinsleven in Sierra Leone kon worden voortgezet en dat er sprake was van objectieve belemmeringen. De belangenafweging was daarmee onjuist en het besluit tot uitzetting was in strijd met artikel 8 EVRM Pro. Het beroep werd gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit tot uitzetting wordt vernietigd wegens schending van artikel 8 EVRM.