ECLI:NL:RBDHA:2014:13539
Rechtbank Den Haag
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Schorsing tenuitvoerlegging Italiaans strafvonnis wegens ontbreken voortvluchtigheid
Eiseres, verblijvend in een penitentiaire inrichting in Nederland, verzocht de rechtbank om schorsing van de tenuitvoerlegging van een Italiaans strafvonnis. De Staat stelde dat eiseres voortvluchtig was omdat zij Italië had verlaten terwijl zij wist van een mogelijke veroordeling en een arrestatiebevel was uitgevaardigd.
De voorzieningenrechter overwoog dat voortvluchtigheid in de zin van artikel 68 SUO Pro en artikel 2 lid 1 van Pro het Aanvullend Protocol bij het VOGP vereist dat de veroordeelde Italië heeft verlaten nadat een formele belemmering, zoals een arrestatiebevel, was opgelegd. De enkele vrees voor vervolging of het inschakelen van een advocaat is onvoldoende.
Eiseres stelde dat zij Italië vóór het arrestatiebevel had verlaten, onderbouwd met verklaringen en documenten, maar deze werden niet ondersteund door harde bewijzen zoals reisdocumenten. De rechtbank oordeelde dat onvoldoende zekerheid bestond dat eiseres Italië had verlaten terwijl zij wist van een veroordeling.
Daarom kon eiseres niet als voortvluchtig worden aangemerkt en was toepassing van de bepalingen onrechtmatig. De tenuitvoerlegging van het arrest van 16 januari 2007 werd geschorst. De schorsing vervalt indien later blijkt dat eiseres wel ontvlucht is. De Staat werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank schorst de tenuitvoerlegging van het Italiaanse strafvonnis omdat eiseres niet als voortvluchtig kan worden aangemerkt.