Uitspraak
Rechtbank Den Haag
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
- een proces-verbaal van bevindingen, d.d. 2 april 2014, inhoudende een beschrijving van de verklaring van [bedrijf], met als bijlage een foto waarop de voor de sieraden aan verdachte verstrekte bedragen staan vermeld (pagina 17 tot en met 18);
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] medewerker van de [bedrijf], d.d. 19 februari 2014 (pagina 19 tot en met 20);
- een in de wettelijke vorm opgemaakt proces-verbaal verhoor verdachte,
4.De strafbaarheid van de feiten
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf/maatregel
7.De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel
€ 2.222,55.De vordering tot schadevergoeding bestaat uit materiële schade voor een bedrag groot
€ 1.122,55, met dien verstande dat hetgeen door de mededaders voldaan is in mindering dient te strekken op de betalingsverplichting van verdachte.
€ 1.122,55, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 8 november 2013 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd
[slachtoffer 1].
€ 2.272,-.
10 opeenvolgende maandelijkse termijnen van elk € 227,20mag worden betaald.
€ 2.272,-,ten behoeve van het slachtoffer genaamd[slachtoffer 2]
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
200 UREN;
100 DAGEN;
deze strafniet zal worden ten uitvoer gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
[slachtoffer 1], een bedrag van
€ 1.122,55 ,vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 8 november 2013 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;
[slachtoffer 1];
22 dagen;
[slachtoffer 2]een bedrag van
€ 2.272,-;
10 opeenvolgende maandelijkse termijnen van elk
30 dagen;