ECLI:NL:RBDHA:2014:14545
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beklag tegen verstrekking camerabeelden onder medisch beroepsgeheim
In deze strafzaak stond een beklag ex artikel 552a Sv centraal tegen de vordering van de officier van justitie tot verstrekking van camerabeelden van een woonkamer in een zorginstelling, waar een steekincident plaatsvond tussen twee patiënten. Klaagster, de zorginstelling, beriep zich op het medisch beroepsgeheim en weigerde de beelden te verstrekken.
De rechtbank oordeelde dat de beelden medische gegevens bevatten en onder het medisch beroepsgeheim vallen, maar dat dit recht niet absoluut is. Gezien het ernstige karakter van het steekincident, de onduidelijkheid over de toedracht en het ontbreken van alternatieve bewijsbronnen, waren er zeer uitzonderlijke omstandigheden die het belang van waarheidsvinding lieten prevaleren boven het verschoningsrecht.
De rechtbank nam mee dat de beelden feitelijke gedragingen tonen zonder directe behandelrelatie te onthullen en dat alleen verdachte en slachtoffer op de beelden staan. Ook het ontbreken van toestemming van de betrokkenen werd niet doorslaggevend geacht vanwege hun geestelijke toestand. Daarom werd het beklag ongegrond verklaard en moest de zorginstelling de beelden verstrekken.
Uitkomst: Het beklag tegen de vordering tot verstrekking van camerabeelden werd ongegrond verklaard en de beelden moeten worden verstrekt.