Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
3.Bewijsoverwegingen
nietwordt verweten dat hij [persoon 1] zou hebben geronseld/geworven voor de jihadistische strijd.
- Verdachte wist dat de ouders van [persoon 1] geen toestemming hadden gegeven voor haar vertrek naar Egypte;
- Verdachte heeft voor [persoon 1] een vliegticket gekocht;
- Verdachte is de dag voor vertrek met [persoon 1] getrouwd naar islamitisch recht;
- Verdachte heeft [persoon 1] opgehaald op een ander adres dan dat van haar ouders en is met haar naar vliegveld Zaventem gereisd.
4.De strafbaarheid van het feit
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De toepasselijke wetsartikelen
8.De beslissing
wettig en overtuigend bewezendat de verdachte het bij dagvaarding ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van
200 (tweehonderd) UREN;
100 (honderd) DAGEN;
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) MAANDEN;
dat die strafnietzal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op twee jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.