Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Inleiding
2.De beschuldigingen, de eis en het verweer
3. Beschouwing omtrent het toepasselijk recht ten aanzien van (voorbereiding op) deelname aan de vijandelijkheden in Syrië
4.Bewijsoverwegingen
heeftgehandeld met een terroristisch oogmerk, maar dat de hem verweten voorbereiding en/of bevordering
zou zijngepleegd met een terroristisch oogmerk, hetgeen tot vrijspraak zou moeten leiden.
het oogmerk om de bevolking of een deel der bevolking van een land ernstige vrees aan te jagen, dan wel een overheid of internationale organisatie wederrechtelijk te dwingen iets te doen, niet te doen of te dulden, dan wel de fundamentele politieke, constitutionele, economische of sociale structuren van een land of een internationale organisatie ernstig te ontwrichten of te vernietigen.”
eenland en
eenoverheid (of een internationale organisatie). Het artikel heeft dus een brede reikwijdte. Het gaat om misdrijven met een terroristisch oogmerk in welk land ook begaan. De rechtbank heeft in de parlementaire behandeling van het betreffende wetsvoorstel slechts twee passages aangetroffen die betrekking hebben op terroristische misdrijven begaan tegen een regime dat een bedreiging vormt voor de internationale vrede en veiligheid en/of zich schuldig maakt aan systematische en ernstige schending van fundamentele mensenrechtenschendingen. De leden van de CDA-fractie in de Eerste Kamer stelden de vraag of gewapende acties tegen een dergelijk bewind en de ondersteuning daarvan onder de werking vallen van de artikelen 83a juncto 83 Sr van het wetsvoorstel. [67] De regering antwoordde hierop dat deze artikelen in dergelijke gevallen materieel van toepassing zijn. [68] De conclusie moet dus zijn dat deze artikelen ook betrekking hebben op misdrijven met een terroristisch oogmerk begaan tegen een regime met een bedenkelijke reputatie of, zoals in het geval van het huidige Syrië, een ronduit abject regime. De rechtbank verwijst in dit kader ook naar de hierboven geciteerde rechtsoverweging 68 van het hof van Justitie van de Europese Unie.
5.De bewezenverklaring
6.De strafbaarheid van de feiten
derde variant van feit 1 primairis toegesneden op artikel 134a van het Wetboek van Strafrecht (Sr). Dit artikel luidt als volgt:
Hij die zich of een ander opzettelijk gelegenheid, middelen of inlichtingen verschaft of tracht te verschaffen tot het plegen van een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, dan wel zich kennis of vaardigheden daartoe verwerft of een ander bijbrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren of geldboete van de vijfde categorie”.
het geven van instructie voor het vervaardigen of gebruiken van explosieven, vuurwapens of andere wapens of schadelijke of gevaarlijke stoffen, of voor andere specifieke methoden of technieken, met als doel het plegen van of bijdragen aan het plegen van een terroristisch misdrijf, in de wetenschap dat beoogd wordt de verstrekte vaardigheden daarvoor in te zetten”.
Onder misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf wordt verstaan elk van de misdrijven omschreven in deartikelen 131, tweede lid,132, derde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),205, derde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),225, derde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),285, vierde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),311, eerste lid, onderdeel 6° (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),312, tweede lid, onderdeel 5° (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),317, derde lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), jo.312, tweede lid, onder 5° (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),318, tweede lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),322a (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854),326, tweede lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854), en354a, eerste lid (http://wetten.overheid.nl/BWBR0001854)”
.
terrorist offenseeen ruimere betekenis zou hebben dan het begrip terroristisch misdrijf in de zin van de artikelen 83 en 83a Sr en in artikel 7 van Pro dat verdrag direct wordt gerefereerd aan dit begrip.
7.De strafbaarheid van de verdachte
8.De strafoplegging
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
niet wettig en overtuigend bewezendat de verdachte het bij dagvaarding
onder 1, primair, eerste cumulatief/alternatieftenlastegelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;
wettig en overtuigend bewezendat de verdachte het bij dagvaarding
onder 1, primair, tweede cumulatief/alternatieftenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
wettig en overtuigend bewezendat hetgeen aan verdachte
onder 1, primair, derde cumulatief/alternatiefis
ontslaat de verdachte te dier zake van alle rechtsvervolging;
wettig en overtuigend bewezendat de verdachte het bij dagvaarding
onder 2,tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) JAREN;
bookpagina (op de website www.facebook.com) geplaatst, waarop hij verdachte, staat afgebeeld met een Kala
sjnikov in zijn handen en waarbij onder meer de tekst “wij zijn beide strijders” is vermeld
en