Uitspraak
Uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 december 2014 in de zaak tussen
[minderjarige]en
[minderjarige],
Rechtbank Den Haag
Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen de afwijzing van haar aanvraag voor visa voor kort verblijf voor haar en haar minderjarige kinderen. Verweerder nam niet tijdig een beslissing op het bezwaar, waarna eiseres beroep instelde tegen het uitblijven van een besluit. Tijdens de procedure bleek dat verweerder het bezwaar alsnog heeft gehonoreerd met een besluit van 3 september 2012, maar verzending van dit besluit is niet aannemelijk gemaakt en eiseres heeft het besluit pas op 24 januari 2013 ontvangen.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk is geworden doordat het besluit alsnog is genomen en bekendgemaakt. Wel wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van dit beroep. Daarnaast is het beroep tegen het besluit van 3 september 2012 gegrond omdat verweerder ten onrechte heeft nagelaten vast te stellen dat hij een dwangsom verschuldigd is wegens het niet tijdig beslissen op het bezwaar.
De rechtbank stelt de dwangsom vast op het maximale bedrag van € 1.260,00 over een periode van 44 dagen. Tevens wordt verweerder veroordeeld in de proceskosten van het beroep tegen het besluit van 3 september 2012 en dient hij het betaalde griffierecht te vergoeden. De uitspraak vervangt het vernietigde deel van het besluit van 3 september 2012.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk, het besluit van 3 september 2012 wordt vernietigd en een maximale dwangsom van € 1.260,00 wordt opgelegd.