Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[naam],
de staatssecretaris van Veiligheid en Justitie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
22 november 2013, welk voornemen is herhaald en ingelast in het besluit van 23 december 2013, gesteld dat eiseres 1 hierover wisselende en tegenstrijdige verklaringen heeft afgelegd en dat er door eiseres 1 geen plausibele verklaring voor deze tegenstrijdigheden wordt gegeven. Van een wijziging van standpunt door verweerder is naar het oordeel van de rechtbank dan ook geen sprake. Verweerder heeft in het voornemen van 22 november 2013 voorts vastgesteld dat eiseres 1, geconfronteerd met de mogelijke 1F gevolgen voor haar verblijfstatus, terugkomt op haar eerdere verklaringen over haar taken bij de besnijdenissen, met als doel haar rol te minimaliseren. Die verklaringen in het kader van 1F worden door verweerder niet geloofd. Ook dit standpunt wordt niet verlaten in het bestreden besluit. De beroepsgrond slaagt niet.
3 april 2014 is volledig getoetst aan vluchtelingschap en artikel 3 van Pro het Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Tevens is overwogen dat eiseres 1 haar dochter zou moeten kunnen beschermen, nu eiseres 1 over een netwerk in [plaats] beschikt, aldus verweerder.