Uitspraak
[Failliet],
mr. P. van Essen tot rechter-commissaris. Mr. M.J. Beekman, advocaat te Zoetermeer, is benoemd tot curator.
Rechtbank Den Haag
In het faillissement van een natuurlijke persoon, handelend onder een handelsnaam, is bij vonnis van 20 augustus 2013 het faillissement uitgesproken. Failliet verzocht op 8 april 2014 om opheffing van het faillissement met gelijktijdige toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling. De curator adviseerde negatief en de rechter-commissaris ondersteunde dit advies.
De rechtbank heeft het verzoek inhoudelijk beoordeeld omdat nog geen verificatievergadering had plaatsgevonden. Volgens artikel 15b Faillissementswet kan een faillissement worden opgeheven onder toepassing van de schuldsaneringsregeling indien niet kan worden geoordeeld dat failliet niet tijdig een verzoek tot schuldsanering heeft ingediend. Failliet verklaarde ter zitting dat zij tijdens de faillietverklaring op vakantie was en dat de oproep voor de zitting door haar minderjarige dochter, een huisgenoot, was ontvangen en getekend.
De rechtbank oordeelde dat failliet hierdoor op de hoogte had kunnen en moeten zijn van de zitting en de mogelijkheid tot het indienen van het verzoek. Daarom is niet voldaan aan de eis van artikel 15b, eerste lid, Faillissementswet en is het verzoek niet-ontvankelijk verklaard.
Daarnaast overwoog de rechtbank dat indien het verzoek ontvankelijk zou zijn geweest, het alsnog zou zijn afgewezen wegens onvoldoende medewerking van failliet aan de curator, het ontbreken van een goede boekhouding, het niet naleven van sollicitatieplicht, het ontstaan van nieuwe schulden en het bestaan van schulden die niet te goeder trouw zijn ontstaan. De rechtbank verklaarde het verzoek tot opheffing van het faillissement onder toepassing van de schuldsaneringsregeling niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het verzoek tot opheffing van het faillissement onder toepassing van de schuldsaneringsregeling is niet-ontvankelijk verklaard.