ECLI:NL:RBDHA:2014:15777
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verlenging plaatsing in inrichting voor jeugdigen na positieve ontwikkeling
De rechtbank Den Haag behandelde op 11 december 2014 de vordering van de officier van justitie tot verlenging van de plaatsing in een inrichting voor jeugdigen (PIJ-maatregel) van een veroordeelde, opgelegd wegens poging tot doodslag. De maatregel was eerder opgelegd en reeds een keer verlengd. De rechtbank nam kennis van het dossier, het advies van deskundigen van de R.I.J. De Hartelborgt en de behandeling in raadkamer.
De deskundigen bevestigden een positieve ontwikkeling van de veroordeelde gedurende zijn verblijf, waarbij hij gemotiveerd was en afspraken trouw nakwam. Desondanks blijft hij kwetsbaar vanwege psychiatrische problematiek. De deskundigen adviseerden een korte verlenging tot plaatsing binnen de GGZ, maar erkenden dat de wachttijden lang zijn. Tijdens de raadkamerbehandeling gaf de veroordeelde aan dat hij liever bij zijn ouders thuis wil wachten op een vervolgplek vanwege spanningen in de inrichting.
De officier van justitie wijzigde haar vordering in afwijzing, omdat niet meer aan de wettelijke vereisten voor verlenging wordt voldaan. De raadsvrouw van de veroordeelde ondersteunde dit standpunt. De rechtbank concludeerde dat verlenging niet in het belang is van een zo gunstig mogelijke ontwikkeling van de veroordeelde en dat de maatregel daarom niet verlengd kan worden. De vordering werd afgewezen.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verlenging van de PIJ-maatregel af omdat niet meer aan de wettelijke vereisten wordt voldaan.