ECLI:NL:RBDHA:2014:16009
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen uitzetting naar Guinee wegens ebola-epidemie en betwisting reisdocument
De voorzieningenrechter van de rechtbank Den Haag heeft op 3 november 2014 het verzoek om een voorlopige voorziening tegen de voorgenomen uitzetting van verzoeker naar Guinee afgewezen. Verzoeker maakte bezwaar tegen zijn uitzetting vanwege de ebola-epidemie in Guinee en betwistte de authenticiteit van het reisdocument dat door de staatssecretaris werd gebruikt.
De rechter overwoog dat ondanks de ernstige situatie rondom ebola, verzoeker onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij bij terugkeer een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro. De staatssecretaris baseerde zich op beschikbare informatie en stelde dat geen sprake is van een direct levensbedreigende situatie voor terugkerenden. Ook het negatieve reisadvies en het feit dat sommige landen geen uitzettingen naar Guinee uitvoeren, leidde niet tot een ander oordeel.
Daarnaast kon de rechter de authenticiteit van de verklaring van de Guinese ambassade dat het reisdocument vals zou zijn niet vaststellen binnen het korte tijdsbestek. Zelfs als de verklaring juist zou zijn, zou dit de bevoegdheid tot uitzetting niet ontnemen. Verzoekers persoonlijke omstandigheden en eerdere medewerking konden het oordeel niet wijzigen.
Gelet op deze overwegingen achtte de voorzieningenrechter het aannemelijk dat de staatssecretaris het bezwaar ongegrond zal verklaren en dat een rechterlijke toetsing dit standpunt zal bevestigen. Daarom werd het verzoek tot voorlopige voorziening afgewezen. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de uitzetting naar Guinee wordt afgewezen wegens onvoldoende aannemelijkheid van een reëel risico op schending van het EVRM.