Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
op één of meer tijdstip(pen)in de periode van 20 oktober 2011 tot en met 7 april 2014 te
(telkens)opzettelijk (in en/of
(telkens)zijnde hennep een
op één of meer tijdstip(pen)in de periode van 23 december 2012 tot en met 2 januari 2014 te
(telkens)opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt
(telkens)zijnde hennep
op één of meer tijdstip(pen)in de periode van 2 november 2013 tot en met 5 maart 2014 te
(telkens)opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt (in een pand
(telkens)zijnde hennep een middel
3.Bewijsoverwegingen
- in diverse processen-verbaal betreffende de aanvraag van een opsporingsmiddel is ten onrechte de informatie opgenomen dat verdachte en/of medeverdachte [medeverdachte 2] meerdere malen in aanraking zouden zijn gekomen met politie en justitie en dat het meestal overtredingen betrof van de Opiumwet en dat verdachte(en) tevens is/zijn veroordeeld en gestraft voor feiten die betrekking hebben op de Opiumwet;
- in de processen-verbaal van verdenking staat vermeld dat verdachte ter zake van het [adres incident] in 2009 “tot verbazing van het openbaar ministerie” is vrijgesproken;
- de verslaglegging omtrent de observatie van het pand gelegen aan de [adres delict 9] te Den Haag is onvolledig geweest, nu de officier van justitie pas na meermalen aandringen van de zijde van de verdediging nadere informatie heeft gegeven omtrent deze observatie, waaruit is gebleken dat ook op 4 en 5 maart 2014 observaties hebben plaatsgevonden, waarbij overigens evenmin is gebleken wat de specifieke aanleiding was om deze observaties uit te voeren;
- de CIE-informatie inhoudende dat over een periode van ongeveer zes jaren via meerdere informanten de informatie binnen is gekomen “[verdachte] en [medeverdachte 2] werken al jaren samen in de wiethandel” kan niet als betrouwbaar worden aangemerkt, omdat het onmogelijk is dat meerdere informanten over een langere periode exact dezelfde informatie verschaffen en
- de aanvraag OVC van 26 februari 2014 lijkt niet te zijn ingezet met als doel het verzamelen van informatie in het onderzoek [onderzoek naam 1], maar in het onderzoek [onderzoek naam 2].
- de onjuiste opmerking in het proces-verbaal dat verdachte in 2004 zou zijn berecht en afgestraft in een onderzoek dat zich richtte op de Opiumwet, waarnaar de raadsman heeft verwezen, is reeds in een vroeg stadium van het onderzoek uit het proces-verbaal van verdenking gehaald. Het betreffende proces-verbaal van verdenking is nimmer voorgelegd aan de rechter-commissaris en heeft ook anderszins niet meegespeeld bij (de beslissing tot) de inzet van opsporingsmiddelen. De officier van justitie heeft, anders dan de politie, te allen tijde de beschikking over het uittreksel justitiële documentatie van verdachte gehad, zodat kan worden aangenomen dat hij/zij zichzelf destijds bij de beoordeling van de desbetreffende aanvraag op de hoogte heeft gesteld van eventuele antecedenten van verdachte;
- de observaties van het pand aan de [adres delict 9] te Den Haag op 4, 5 en 6 maart 2014 hebben in opdracht van de officier van justitie plaatsgevonden op grond van de verdenking die uit OVC-gesprekken naar voren was gekomen dat er regelmatig partijen hennep naar genoemd pand werden vervoerd en dat dat meestal vroeg in de ochtend gebeurde. Er is geen sprake geweest van stelselmatige observatie, omdat slechts gedurende drie ochtenden kort is geobserveerd en de observatie voorts plaatsvond op het pand en niet op een of meerdere personen;
- het is niet van belang of een officier van justitie al dan niet verbaasd is geweest over een vrijspraak: het gaat om de feiten die ten grondslag zijn gelegd aan de diverse aanvragen. Volgens de officier van justitie was de voorhanden zijnde informatie meer dan genoeg aanleiding voor de start van het onderzoek;
- de stelling van de raadsman dat de aanvraag OVC van 26 februari 2014 niet is ingezet ten behoeve van het onderzoek [onderzoek naam 1] maar ten behoeve van het onderzoek [onderzoek naam 2] vindt, gelet op de inhoud van de aanvraag, geen steun in het dossier: blijkens de tekst van het desbetreffende proces-verbaal is de OVC ingezet om onderzoek te doen naar het vermogen van verdachte.
- de garageboxen gelegen aan de [adres delict 1] en [adres delict 2] te Den Haag;
- de handel met[eigennaar panden] ter zake van de panden gelegen aan de [adres delict 3] te Den Haag en de[adres delict 4] te Delft;
- de aangetroffen hennepkwekerij in het pand gelegen aan de [adres delict 11] te Den Haag;
- het schietincident op de[adres schiet incident] te Den Haag op 20 oktober 2011;
- de aangetroffen ontruimde hennepkwekerij in het pand gelegen aan de[adres delict 7] te Den Haag;
- de aangetroffen hennepdrogerij in het pand gelegen aan de[adres delict 5] te Den Haag;
- de aangetroffen hennepdrogerij in het pand gelegen aan de [adres delict 12] te Den Haag;
- de aangetroffen hennepkwekerij in het pand gelegen aan de [adres delict 8] te Den Haag en
- de aangetroffen hennepdrogerij in het pand gelegen aan de [adres delict 9] te Den Haag.
“Op deze manier, hoe we het hebben gedaan, dat is gewoon top. Ik had het met [verdachte] er gisteren over. Ik liep naar de wc toe en hij kwam hebben we top gedaan dit, echt niet normaal, zo’n mooie truc dit. Dat heb niemand door. Iedereen denkt dat het bij [persoon 18] hoort haha.”. [30]
“het alarmpje welke op de plank zat”.
”als er wat is kan ik [verdachte] of [medeverdachte 2] bellen?(…). [medeverdachte 1] antwoordt:
‘ik heb die van mij ook[bedrijf verdachte 1] en dan zeg je gewoon uhh.”. [persoon 22]: “
ja alarm meer niet. Of ik bel hun of stuur een berichtje alarm. Dat kan ook.”.Op 31 oktober 2013 heeft in de garage een gesprek plaatsgevonden tussen [persoon 22] en verdachte, waarbij [persoon 22] aangeeft dat zij een alarmtelefoon heeft en dat zij het nummer van verdachte wil hebben om in te voeren. [40]
Hoeveel moet straks hebben”.
15 stuks ik ben over 15 min bij jou”.
Zorg dat je banken goed open staan voor het kraken van die kk tassen”en om 07:53 uur: “
15 kom je zo halen. Of gaat alles gelijk mee”.
“Ik wacht tot hij er is om 9 uur michien moet hij er wel meer hebben en dat kom ik dan halen bij jou en laterhaal ik de rest op.”. [45]
zo hartstikke mooi zeg…vijftien he?”waarop[persoon 24] zegt nee, twintig. Hierop antwoordt [medeverdachte 1] “
Twintig okay, ga ik effe doorgeven”. Vervolgens zegt [medeverdachte 1] dat hij dat vanmorgen al tegen ze zei dat ze even moesten wachten met weghalen omdat het er misschien meer zouden worden. [46]
“Het moeten er 20 worden”. Hierop wordt door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 2] geantwoord:
“Staat klaar mooie ook. Over hoe lang ben je er”. Hierop wordt door de gebruiker van het telefoonnummer [telefoonnummer 1] gereageerd om 09:10 uur met als inhoud:
“15 min”. [47]
“moet ik er vast naar toe rijden”. [medeverdachte 1] antwoordt hierop
“ja rij er maar naar toe, het is hier niet zo heel ver weg”. [48]
“1 min.”.
Handelis overwogen, bewezen acht dat de tussen verdachte, [medeverdachte 1], [medeverdachte 2] en anderen bestaande criminele organisatie meer omvatte en al langer bestond dan de hennepkwekerij op de [adres delict 8] te Den Haag en hetgeen op de [adres delict 9] te Den Haag heeft plaatsgevonden.
de[adres delict 8])
telkenseen hoeveelheid van hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II
de[adres delict 9])
telkenseen hoeveelheid van hennep, zijnde hennep een middel vermeld op de bij de Opiumwet behorende lijst II;
doordat hij dezegoederen heeft verworven en voorhanden heeft gehad, terwijl hij wist dat bovenomschreven voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf;